Berichten

Een rit gezien door de koplampen van een PV544 (1963)

Ik zal mij eerst even voorstellen. Ik ben een PV544 en heb samen met een chauffeur en navigator deelgenomen aan de Targa Florio van 2013.

In het algemeen leid ik een gezapig leventje en breng de meeste tijd door, samen met de ‘dagelijkse’ auto, in de garage. Soms zijn er momenten waarop je denkt ‘er gaat wat gebeuren’. Zo’n moment is een keuring in Beesd . Dat is een teken dat er weer een lange reis op stapel staat. Zo ook deze keer. Nu moest ik weer eens voor 26 dagen aan de bak.

Bij de tweede etappe merkte ik al dat er niet zoveel anders was in vergelijking met vorige ritten. Drie keer hetzelfde punt passeren gebeurde nog steeds. Er wordt wat extra’s afgereden.

Tot Rome is er niet zoveel bijzonders. De wegen zijn goed en het verkeer loopt redelijk. Zuidelijk van Rome wordt het slechter. De wegen zijn duidelijk minder onderhouden en van vuilafvoer hebben ze ook niet veel kaas gegeten.

Mijn ervaring bij Napels wil ik u niet onthouden. Door een kleine wijziging in de navigatie belandden we rond het spitsuur in het centrum van Napels. Om precies te zijn bij het Centraal Station. Een stroom van auto’s welke zich stapvoets in beide richtingen wurmt door smalle straten tussen de ‘geparkeerde’ auto’s, discussierende bestuurders en de tegemoet komende scooters en sulky’s. De straten, ter breedte van de Kalverstraat, zijn geplaveid met kinderkopjes. Dat zou niet zo erg zijn indien men bij het ophogen van de straat rekening gehouden had met de putdeksels. Tot op zekere hoogte had men dat wel. De putdeksels lagen consequent 20 cm onder straatniveau. Ik verzeker u: het zijn er heel wat.

Mocht één van u willen oefenen in chaotisch verkeer en tevens de ophangingen en schokdemping willen testen, dan kan ik een bezoek aan Napels aanbevelen. Een rit tijdens de spits om het verkeer te testen, en een rit op een ‘rustig’ uur met de maximaal toegestane snelheid. Als u als bestuurder de eerste rit aan kan en de auto de tweede dan kunt u vast overal terecht.

Bij het verlaten van de parkeergarage van hotel Vesuvio waren mijn heupen weer eens te smal ingeschat hetgeen resulteerde in een schaafwond. De pilaar ging niet opzij.

Moderne navigatie blijkt niet altijd de oplossing. Als het technisch team niet even geholpen had met een normale kaart hadden we nu nog rondjes gereden op weg naar Villa San Giovanni. Wederom drie keer langs hetzelfde punt omdat een oprit naar de autostrada geblokkeerd was.

De oversteek van de straat van Messina ging, nadat de juiste pont gevonden was, probleemloos. Weinig verandering in wegen e.d.

De Etna stond vrijmoedig zijn as de atmosfeer in te slingeren. Resultaat was dat na een regenbui alle fraai gepoetste klassiekers bedekt waren met sluier van kleiachtig geel witte as. Over vele jaren zal forensisch onderzoek nog kunnen aantonen dat een bezoek aan Sicilië gebracht is. Bij mij is het doorgedrongen in alle mogelijke hoeken, gaten en spleten. Ook op plaatsen waar de poetser niet of nauwelijks bij kan.

Dit was de eerste douche. Over de tweede en derde later.

Hoewel het ultieme doel was de route van de Targa Florio te rijden, heb ik dit niet mogen meemaken. Maar wel een bezoek aan de Vallei der Tempels en aan het Santo Spirito klooster in Agrigento. Wederom een driemaal ervaring na het kloosterbezoek.

De navigatie voerde naar een punt waar een smalle, steil naar beneden gaande weg een smalle tunnel invoerde. Een bord met een grote P en naam gaf de indruk dat dit de toegang was naar een parkeergarage. Op de schreden teruggekeerd maar eindigden driemaal op hetzelfde punt. Toen de grote stap gewaagd en de tunnel ingereden. Steil naar beneden, net breed genoeg voor een personenauto. Aan het eind een haakse bocht en daarna weer steil omhoog. Het lukte net zonder schade of extra steken. De bevrijding was aan het eind. De weg naar de eindbestemming van die dag, maar niet zonder een derde keer langs de Vallei der Tempels.

Van de oversteek naar Sardinië heb ik weinig meegemaakt. Je wordt ergens onder in het schip opgeborgen en moet dan maar afwachten.

Sardinië, een verademing qua wegen e.d. in vergelijking met de voorgaande trajecten. Toch ook hier weer driemaal langs hetzelfde punt. Na een korte stop bij een (onbemande) benzinepomp voelde ik al een koude tocht door mijn maag gaan.

Afsluitdop van de tank laten liggen en zonder tanken verder gegaan. De oplettende Amazon nr. 2 waarschuwde even: 10 kilometer terug. De dop lag er nog. Dit tot grote tevredenheid van de navigator. Kon ze nog even kijken of de uitspanning waar we de eerste keer voorbij gereden waren geschikt was voor een korte stop. Meer dan dat.

Corsica is mooi met veel slingerende wegen, hoogteverschillen en verrassende vergezichten. In vergelijking met Italië is het een aangeharkt park.

Bij de oversteek naar Toulon kreeg ik mijn tweede douche. De wind had kracht 7 en de golven werden opgestuwd tot 5 meter. De ferry terminal van L’Ile Rousse ligt aan de beschutte kant. De weg daar naar toe voerde langs een kleine baai waar de wind pal in stond en de golven opstuwde tot ze op de rotsen in een fijne nevel kapot geslagen werden, welke door de wind verder over de weg gevoerd werd. In één keer kletsnat. Zout water. Ik voelde me als de Amazon onderdelen welke van Göteborg als deklading naar Antwerpen vervoerd werden. Zeer bevorderlijk voor de roestduivel.

De derde douche was een straal warm water in een wasstraat om in ieder geval het zout af te spoelen. De klei van de Etna is hardnekkiger. Er bleef een waas.

Voor een oude dame op mijn leeftijd was deze reis een hele inspanning maar met aantrekkelijke kanten. Extra aandacht van toeterende, fluitende en fotograferende Italiaanse bewonderaars(ters).

Alles wordt meer dan regelmatig gecontroleerd, de spanning van de banden, de koelvloeistof, het oliepeil.

Heel bijzonder is dat ik af en toe over de benen gestreeld werd. Dat voelt wel goed maar diende alleen om te controleren of ik niet te heet werd. Ik heb uit opmerkingen in de cabine begrepen dat mijn chauffeur in het zwembad zich in een paar benen vergist heeft en de verkeerde streelde. Gelukkig volgde er geen uitdaging tot een duel.

Nu ben ik weer terug op mijn vertrouwde stek en wordt er druk aan mij gewassen en gepoetst. Daarna moet ik naar de dokter voor mijn hart en moeten mijn gewrichten weer voorzien worden van voldoende vet.

Klaarstomen voor de Noordkaap naar ik vernomen heb.

‘(…) noem het verkeersanarchisme, maar het went verrassend snel’

De Targa Florio (“Targa” betekent schild en “Florio” is de achternaam van de initiatiefnemer, dhr. Vincenzo Florio) was een autorace voor sportwagens die vanaf 1906 jaarlijks plaatsvond op een stratencircuit in Sicilië. De race kende verschillende circuits, steeds uitgezet over de openbare weg, variërend van 72 tot maar liefst 1000 km. Na vele dodelijke ongelukken is de race sinds 1977 niet meer gehouden. Nu rest nog een klassiekerrace, gehouden in oktober.

De route.

Het doel is dus Sicilië. De route loopt door Duitsland en Oostenrijk via Verona, naar de westkust van Italië. Na Rome rijden we langs Napels naar de punt van de laars waar we oversteken naar Sicilië. Op Sicilië rijden we de Targa Florio, en steken over met de nachtboot naar Sardinië. Via de westkust rijden we naar het noorden, waar we overvaren, naar Corsica. Na Corsica brengt een laatste boottocht ons naar het Franse vasteland. De dagafstand varieert van zo’n 250 tot 400 km, en alles bij elkaar stond onze Amazon na 6147 km’s weer in zijn garage.

Het rijden in Italië vraagt wat gewenning. Italianen nemen verkeersregels niet al te serieus, en bellen is uiteraard veel belangrijker dan autorijden. Scooters zijn overal, maar kunnen heel goed voor zich zelf zorgen. Toeteren doe je gewoon bij iedere bocht en doorgetrokken strepen zijn er alleen om aan te geven waar het midden van de weg is. Maar de Italianen zijn ook onverwacht geduldig als er weer eens een opstopping is. Noem het ’s lands wijs, ’s lands eer, noem het verkeersanarchisme, maar het went verrassend snel.

Italië, vasteland, 4 mei t/m 14 mei.

In 10 dagen vanaf huis naar het uiterste puntje van het vaste land van Italië. We rijden in twee dagen naar Feldkirch (Oostenrijk), waar we bij het welkomstdiner onze reisgenoten ontmoeten. Oude bekenden van eerdere reizen en nieuwe gezichten. De volgende dag trekken we meteen de Alpen en de Dolomieten over naar Verona. Het landschap doet eerst nog Duits/ Oostenrijks aan en plaatsnamen hebben soms een Italiaanse en een Duitstalige variant. Verona is een prachtige oude stad, waar we ’s avonds nog het balkon van Julia gevonden hebben, alwaar we een moderne Romeo treffen bij een gesloten hek en kassa. Na Verona rijden we op dag 3 door naar Pisa, over de Apennijnen. Dwars door een wintersportgebied, met als hoogste plaats Abetone op 1388 m. En daar ligt op 7 mei nog sneeuw. Voordat we in Pisa het hotel opzoeken, stoppen we nog in Lucca, een prachtige plaats waarvan het oude centrum bestaat uit een hoge vestingwal die het ronde plein met de omliggende straatjes omsluit. Vlak voor Pisa zien we in de verte inderdaad een toren wat scheef staan. “Dat zal ‘m dan wel zijn” denken we. Na Pisa rijden we op dag 4 naar Rome. Vandaag merken we toch wel de overgang naar het mediterrane karakter van het land en de mensen. Het prachtig glooiende groen van Toscane, al die bloemen en bloeiende struiken, de cipressen, genoeg om bij weg te mijmeren en te denken aan die B&B die je koopt nadat je alles in Nederland achter je gelaten hebt.

Heerlijk, maar houd er wel rekening mee dat je tussen 12 en 15 uur siësta houdt, en je dan niet moet proberen ergens LPG te tanken. Aangekomen in Rome maken we het plan voor dag 5, de dag om Rome te bezoeken. Wij kiezen ervoor om niet mee te doen met de excursies, maar om op eigen gelegenheid door de Joodse wijk van Rome te slenteren. En dat is geweldig gelukt. Een heerlijke dag hebben we gehad. En dat we niet alle hoogtepunten hebben gezien nemen we op de koop toe. We hebben een mooie indruk gekregen en hebben genoeg ideeën opgedaan voor later. Op dag 6 gaat de route van Rome met een wijde boog om Napels, naar Sorrento aan de zuidkant van de golf van Napels. Na de eerste 100 km bereiken we de westkust, die we tot vlak voor Napels volgen. En dat is feest! Het toeristenseizoen is nog niet begonnen, alles ademt een heerlijk ontspannen sfeer. Maar dan Napels, dat is een heel aparte ervaring. De weg is ronduit slecht, maar dat is niet het ergste. Je ziet ook ineens wat je al in de krant hebt gelezen: het opgestapelde vuilnis langs de kant weg, bij parkeerplaatsen en op verlaten veldjes. Wij rijden er snel langs, maar wat moet dat vreselijk zijn voor de mensen die hier leven. In Sorrento, de tweede rustdag (dag 7), maken we optimaal gebruik van het prachtige hotel en ons balkon dat uitzicht biedt op Napels, de zee en de Vesuvius.

We nemen de tijd om het eens goed te bekijken.’s Avonds slenteren we wat door Sorrento en zien nog een trouwpartij bij de kerk. Wat een mooie mensen allemaal, die kunnen zo in een glossy magazine. En daar staan wij dan naast, in onze ANWB-Human-Nature-streepjes-shirts-en-korte-broeken.

Van Sorrento gaat het op dag 8 naar Amantea, een kustplaats in de voet van de laars en de laatste rustdag op het vaste land. Het begin van de dag volgen we de Amalfikust, terecht beroemd om zijn vergezichten en de vakantiehuizen van de celebrities. Prachtig!

Lang rijden we achter een zuchtende scooter van een (wat corpulent) stel, hij rijdt, zij zit achterop. En ondanks het roken en al het gebel zie je dat ook zij diep onder de indruk zijn. Na Amalfi, waar we het toilet met het mooiste uitzicht vinden in een strandtentje, rijden we eerst door een stuk binnenland, maar weldra weer over de kustweg naar onze overnachtingplaats in Amantea. Wij hebben het geluk dat we een huisje hebben direct aan zee.

Het gebulder van de Middellandse Zee en het uitzicht zijn enorm rustgevend. Dag 9, een rustdag, is echt een was- en sleuteldag, Overal staan wasrekjes en lopen mannen in overalls.

De eilanden, Sicilië, Sardinië en Corsica, 14 t/m 25 mei.

De oversteek van het vasteland naar Messina op Sicilië op dag 10 verloopt heel goed. Zo snel mogelijk rijden we Messina uit naar de kustweg richting Catania, waar we een rustdag (dag 11) hebben. De eerste indruk die we van Sicilië krijgen is dat het schoner en vriendelijker is dan het laatste stukje zuid Italië. We zien weer bloemen en bloeiende struiken langs de weg en aardige dorpjes waar de route ons doorheen leidt. Op de rustdag hadden we een excursie kunnen maken naar de Etna, maar u kent ons ondertussen wellicht….! Op dag 12 rijden we door het binnenland naar Caltanisetta, midden op Sicilië. De dag begint bewolkt en al snel volgen de druppels. Die druppels hebben zich gemengd met een gelige substantie (Etna as?), en dat bij elkaar zorgt ervoor dat de auto onder een matte laag modder komt te zitten.

Onderweg wordt het weer slechter. En omdat we ook omhoog gaan, rijden we op een gegeven moment door de wolken, of mist. Best wel mysterieus wordt het dan, zeker als je verdwaalt in een van die dorpjes. Maar we redden ons er uit en ook het weer knapt op. We stoppen bij Villa Romana del Casale, een opgraving van een Romeinse villa met badhuis. De mozaïeken waarmee de vloeren destijds zijn ingelegd, zijn grotendeels bewaard gebleven. In één ruimte waren allerlei wilde dieren uitgebeeld. Prachtig, en dan te bedenken dat de vaklieden die dit gemaakt hebben mogelijk nooit wilde beesten hadden gezien, want geen tv, dierentuin enz. Dag 13 is de grote dag en naamgever van deze reis. Het weer is gelukkig opgeknapt: zonnig, geen mist of regen en met de belofte van een warme mediterrane dag. Even buiten Caltavuturo komen we op de route van de Targa Florio.

Er zijn geen aanwijzingen dat er hier ooit een wegrace is gehouden, of toch? We genieten in ieder geval van het uitzicht en van het idee dat hier ooit coureurs met de mooiste racewagens tot het uiterste gingen voor het hoogste plekje op het podium. Na een tijdje komen we in Collesano, een pittoreske plaats op de route. En daar leeft de Targa Florio zeker wel. In het stadhuis is een museum ingericht en in het dorp herinneren tegeltableaus aan tijden van weleer. Maar we moeten verder, naar Agrigento aan de zuidkust en dus nemen we afscheid van het Targa Florio circuit. Op dag 14 verlaten we Sicilië met een oversteek naar Sardinië. We moeten uiterlijk om 15 uur in de haven zijn voor het inschepen. We vertrekken daarom lekker vroeg om zeker op tijd te zijn. En dat lukt; drie uur te vroeg rijden we Palermo binnen via de oostelijke kustweg. Maar het pakt goed uit. De laatste km’s zijn een aaneenschakeling van restaurants met zeezicht. We stoppen bij een visrestaurant en eten een voortreffelijke lunch: pasta met kreeft. Geweldig! Keurig op tijd rijden we de kade op en zien een gestaag groeiende rij wachtende klassieke Volvo’s aangevuld met wat ander (klassiek) spul zoals een open Peugeot 504, een Alfa Spider, Een Citroen SM, een Fiat Dino 2400, een Fiat Barchetta, de V70 van het technisch team en de altijd vrolijk ogende rode V40 van het reisbureau. Allemaal op tijd voor de nachtboot naar Sardinië.

Dag 15 begint dus op de boot. Al vroeg meren we aan in Cagliari en beginnen aan een prachtige tocht, grotendeels langs de kust van Sardinië.

Sardinië is heel anders dan Sicilië. Wat glooiender, groener ook en de wegen zijn meestal beter. Maar niet altijd, want op deze eerste route moeten we een heuse, zeker niet droge, rivierbedding (oké, 20 cm water, maar toch…) oversteken. We doen dat wat weifelachtig in navolging van een zwart Italiaans Fiatje. Die zullen het wel weten, niet waar? Aan de overkant ontdekken we dat het een huurauto is, met twee Belgische meiden op vakantie. Die het net als wij heel stoer vinden allemaal. Zo zie je maar, niet alles is wat het lijkt. Dag 16 is een rustdag in Oristano, waar we onze trouwe Amazon trakteren op een wasbeurt. Hé, hij glimt weer! Dag 17 heeft een leuke ontmoeting voor ons in petto. Op Sardinië is het in sommige dorpen gebruikelijk om de muren van huizen te beschilderen met taferelen.

Het om die reden bekendste dorp is Tinnura, en omdat dat redelijk aan de route ligt willen we daar naartoe. Maar eerst maken we nog een koffiestop, waar we in gesprek raken met een gepensioneerd stel. De man is een Italiaan met een Nederlands arbeidsverleden. Met zijn Nederlandse vrouw woont hij in de zomermaanden op Sardinië. We maken ook nog kennis met de barman, zijn vrouw en dochter, en een nichtje van het Italiaans/Hollandse stel. En wat blijkt: ook dit plaatsje heeft die muurschilderingen! De vrouw leidt ons rond, toont ons de schilderingen en legt ook uit wat we zien. Kijk, zegt ze, dat is de dochter van de barman, dat is ons nichtje en die oude vrouw op die ezel; dat was de onderwijzeres, een echt kreng. Dit soort ontmoetingen zijn toch onbetaalbaar? We nemen afscheid en besluiten Tinnura links te laten liggen -mooier kan het wat ons betreft niet worden- en rijden door naar de grot van Neptunus aan de punt van een schiereiland. De 650 treden omlaag (en daarna weer omhoog) zijn het waard: een prachtige blik op de Middellandse zee en een kijkje in de grotwoning van de God van de zee. Op dag 18 is ons tijdelijke Italiaanse leven alweer voorbij. We steken over met de ferry naar Corsica en zwaaien als dank en afscheid nog een keer naar het gastvrije en mooie Italië.

We komen aan in Bonifacio, een toeristische havenplaats. Op dag 19 rijden we naar Porto waar we de laatste rustdag (dag 20) hebben. Porto is een prachtige plaats, maar de route langs de kust er naartoe is zo mogelijk nog mooier. Rode rotsen rijzen op uit de zee, en door (en over) die rotsen is een slingerende weg aangelegd. Met het warme strijklicht van de middagzon erop geeft dat een adembenemende aanblik. Op dag 21 zeggen we het eilandleven vaarwel en steken over met de avondboot naar Toulon. Een storm en een ruwe zee zorgen ervoor dat we te laat vertrekken en veel te laat aankomen.

Maar het gewaarschuwde hotel heeft op ons gewacht en om half vier ’s nachts is de hele club weer compleet en in diepe rust.

Terugreis.

’s Nachts had ik al bedacht dat we de route van dag 22 konden laten zitten en dus rijden we –snelweg mijdend, rechtstreeks naar ons laatste hotel in Avignon. Dus rustig aan, goed voor jezelf zorgen, en voor de auto, die een Franse wasbeurt krijgt om de zoute aanslag van de storm op Corsica eraf te wassen.

Wielink17

Na al die bijna probleemloze km’s heeft ‘ie dat wel verdiend. In het hotel in Avignon hebben we een heerlijke relaxte middag aan het zwembad, samen met andere reisgenoten die ook de route over de Mont Ventoux niet gedaan hebben. ’s Avonds  is het afscheidsdiner. Jammer dat het alweer zover is, maar we kijken terug op een prachtige reis. Fijne mensen, fantastische organisatie, een zeer behulpzaam, deskundig en inventief technisch team en een formidabele routeman.

Tja, en dan moet je terug, nog even 1100 km’s. Wij krijgen te maken met malheur aan de ontsteking (denken we) en carburatie (feit, na 500 km ontdekt) en we ontmoeten ook nog het gestrande team 3. Op zoek naar een kruiskoppeling, net zo één als het reserve exemplaar dat zij eerder hadden uitgeleend. Maar ook zij komen rijdend thuis, dankzij een gelukkige greep van de Depannage.

En zien we, bijna thuis, langs de A2 op het parkeerterrein van Volvo Nederland in Beesd, de door zeezout mat uitgeslagen rode V40 van het reisbureau? Dat zou best eens kunnen, dus voor de zekerheid zwaaien we nog een keer, CIAO!

Dank!

Aan allen die deze reis mogelijk maakten:

  • De stichting KAR: Martin, Theo en Klaas, dank voor jullie initiatieven, de routes en de organisatie.
  • Het technisch team: Ronald, Richard en Yvonne, zonder jullie waren we er nooit gekomen.
  • De altijd zorgzame Pepijn, later opgevolgd door de niet minder behulpzame Roos van reisbureau ScanBrit.
  • En natuurlijk al onze reisgenoten, het was echt een fantastische ervaring!

Marieke Rhebergen, Erik Wielink en hun rode Amazon, ook wel team 29.