Avontuurlijke stedentrip met Volvo-klassieker

In je vakantie een stad bezoeken is natuurlijk niet ongewoon. Maar hoe plan je vier stedentrips naar Praag, Krakau, Budapest en Wenen in een 14-daagse vakantie? Gewoon deelnemen aan de Tatra Trail Classic. Een 14-daagse reis voor liefhebbers van klassieke Volvo’s die houden van cultuur, natuur en een vleugje avontuur. Tenminste zo staat het omschreven in de informatiebrochure van de organisatie. Dat waren nu precies de ingrediënten waar onze anders-dan-andere reis aan zou moeten voldoen. Want er waren twee goede redenen om het in 2011 eens over een andere boeg te gooien. Binnen één jaar 25 jaar getrouwd én 25 jaar Volvo rijden moest natuurlijk op een speciale manier gevierd worden. Met dank aan ons 240-260 Register, want onder het kopje evenementen op de website vonden wij deze fantastische reis.

Alleen kwam gauw de teleurstelling bij het bezoeken van de site Klassieke Automobiel Reizen, de stichting die de TTC organiseert. Volgens de site houden ze zich bezig met het organiseren van reizen voor klassieke auto’s van 25 jaar en ouder. Jammer maar helaas, die van ons is slechts 18 jaar jong. Toch maar even een mailtje gestuurd naar de organisatie. Al gauw kreeg ik een positief bericht van Martin Rooseboom met de mededeling dat hun organisatie expliciet leden van het 240-260 Register en 262-Bertone Register hebben uitgenodigd om deel te nemen aan deze Tatra Trail Classic. De leeftijd speelt in dit geval geen rol, aldus Martin. In diezelfde mail vond ik ook in de  bijlage een informatiebrochure en inschrijfformulier. Lucia en ik zaten nu echter nog met een probleem; we moeten beide wel vrij kunnen krijgen. Aangezien de TCC niet in het hoogseizoen plaats zou vinden was dat waarschijnlijk niet echt een probleem. En inderdaad, beide werkgevers waren het helemaal eens met onze vakantieplannen en zodoende kon het inschrijfformulier richting Heiloo.

KEURING

Een van de voorwaarden om deel te mogen nemen is dat de auto bij Volvo Nederland een keuring moet ondergaan. Begrijpelijk natuurlijk, de organisatie wil er zeker van zijn dat de reis aangevangen wordt met betrouwbare, in goede technische staat verkerende auto’s. Kort voor de keuring op 19 maart is onze 240 toe aan zijn jaarlijkse beurt inclusief APK. Er zijn geen noemenswaardige problemen aan onze auto en met het APK keuringsrapport op zak rijden we fluitend naar Beesd. Toch ontdekken de 2 keurmeesters tijdens de keuring enkele gebreken. De remvloeistof dient vervangen te worden, kleine wiellagerspeling op het linker voorwiel en het meest verontrustende is een gedeeltelijk doorgeroeste veerschotel linksachter. Dit laatste baart ons enige zorgen omdat wij hier waarschijnlijk al een tijdje mee rondrijden. Het advies van de keurmeester is om hier niet meer mee rond te blijven rijden. Maar een rustig ritje retour naar Etten-Leur moet nog wel mogelijk zijn, aldus keurmeester Dick. Tijdens de keuring hebben we die middag nogal wat bekijks, omdat onze ‘tank’ een beetje vreemde eend in de bijt is. Hij valt natuurlijk wel op tussen de echte oudjes, zoals de Amazone, Katterug en P1800. Bovendien krijgen we op deze dag ook de rallyschildjes, stickers en het routeboek inclusief smoelenboek uitgereikt. Hierin staan alle deelnemers met hun auto vermeld. Bij het doorbladeren valt op dat wij helaas de enige deelnemers zijn van ons Register. Het zou leuk geweest zijn als onze 240 nog een maatje had gehad tijdens zijn komende avontuur. Maar gelukkig rijdt equipe 32 wel mee met een unieke auto uit de 200-serie, een 262C Bertone. Tevens maken we die middag kennis met een aantal equipes die ook gekeurd moeten worden rond de klok van 14.00 uur. Het grootste gedeelte is helaas al weer vertrokken, omdat de keuring nagenoeg de gehele zonnige zaterdag in beslag neemt. Met de lijst met afkeurpunten in onze binnenzak verlaten we de Betuwe en zetten we koers richting huis. Die maandag erop maar meteen met de Volvo-specialist contact opgenomen om de punten in orde te laten maken. Met enige verbazing hoort hij mijn verhaal aan over de afkeurpunten. Zeker het veerschotel-verhaal is iets waar ook hij van opkijkt. Maar gelukkig wordt diezelfde week de auto nog 100% technisch in orde gemaakt en kunnen we met een gerust hart uit zien naar 29 mei, de start van de TTC.

VOORBEREIDING

De twee weken voorafgaand aan de start van de TTC treffen we de laatste voorbereidingen. Aangezien ons navigatiesysteem geïntegreerd zit in onze V70 besluiten we toch maar om een TomTom aan te schaffen. De gratis ANWB routekaarten hadden we al in ons bezit en bij de plaatselijke boekhandel kopen we nog een gedetailleerde kaart van het landen die we gaan doorkruisen. Het verkregen routeboek bevat veel informatie over de bezienswaardigheden onderweg, maar we besluiten toch om nog maar even een bezoek te brengen aan de bibliotheek. Wat reisgidsen in het dashboardkastje kunnen tenslotte nooit geen kwaad. Bovendien boeken we nog twee hotelletjes voor zowel de heen- als de terugreis. De start van de TTC vindt eigenlijk plaats op zondag 29 mei, maar wij besluiten om onze 240 al op zaterdag richting het oosten te sturen. We splitsen dus eigenlijk de eerste etappe in tweeën en kunnen zodoende relaxed aan de reis te beginnen. Zo plannen we dat dus ook met de terugreis en verlengen we dus de 14-daagse reis met 2 dagen. Onze 240 zelf verdient ook nog wat extra aandacht voordat hij aan zijn reis gaat beginnen. De bijgeleverde tyrips om de rallyschildjes te bevestigen laten we thuis in de kast liggen en doormiddel van op maat gemaakte beugeltjes bevestigen we het rallyschildje op een professionele manier aan de voorzijde. Aangezien de achterruit van onze 240 nog rechter staat dan de toren van Pisa kan het rallyschildje aan de achterzijde gewoon aan de binnenkant van de ruit bevestigd worden. Even hebben we nog getwijfeld om wat reserve onderdelen mee te nemen, maar wat moet je meenemen is de vraag? In overleg met ons onderhoudsbedrijf houden we het maar op een litertje olie, koelvloeistof en de altijd aan boord zijnde reservelampjes. Kort voor aanvang van de TTC krijgen wij nog een telefoontje van Theo Hoekstra. Hij is verantwoordelijk voor de techniek tijdens de reis. Hij was benieuwd of de afkeurpunten ook daadwerkelijk opgelost waren. Natuurlijk kreeg hij van mij een positief antwoord. Volgens Theo werden in het verleden nog wel eens auto’s teruggeroepen voor een herkeuring. Maar de organisatie heeft besloten dat ook de eigenaar van het voertuig verantwoordelijk gehouden moet worden voor zijn auto. Mocht tijdens de reis blijken dat het mankement met een afkeurpunt te maken zou hebben, dan konden de deelnemers fluiten naar de hulp van het technisch team, aldus Theo. Geheel terecht natuurlijk, maar wij hoeven ons geen zorgen te maken. Onze 18-jarige Zweed is er technisch helemaal klaar voor.

Dag 1 – 29 mei: Utrecht-Zwickau

Eigenlijk de eerste dag van de TTC, maar wij hebben er dan al een dag en een nachtje opzitten. Na een overnachting in het Thüringer Woud, komen we ’s middags uitgerust aan in Zwickau. Dit is de plaats waar alle deelnemers voor het eerst samenkomen. De rit hier naar toe hebben we niet helemaal volgens het routeboek gereden. Dat heeft alles te maken met het feit dat de eigenlijke startplaats Utrecht is, maar om nu als Brabanders eerst de ‘verkeerde’ kant op te rijden heeft natuurlijk geen zin. Evenals de andere equipes uit Nederland heeft ieder zijn eigen weg gekozen naar Zwickau. Als we het parkeerterrein van het Achat Comfort Hotel oprijden zijn we even verbaasd. Tussen de 10-tal klassiekers die reeds gearriveerd zijn staat zowaar een rode Volvo 240. Het blijkt ook een deelnemer aan deze reis te zijn want de rallyschildjes verraden dat ook deze stoere Zweed een rondje gaat maken door Oost-Europa. Waarschijnlijk heeft deze equipe zich nog op het allerlaatste moment ingeschreven omdat wij toch de enige waren in het smoelenboek met een Volvo 240. Tijdens het inchecken krijgt ons maatje een mooi plaatsje toegewezen onder het  hotel in de afgesloten parkeergarage. Ook wijzelf krijgen een mooi plaatsje toegewezen in het, in de buitenwijken van Zwickau gelegen, hotel. De organisatie heeft voor deze reis bewust gekozen voor 4-sterren hotels om het de deelnemers zo geriefelijk mogelijk te maken. Een van de redenen waarom de organisatie voor Zwickau heeft gekozen als etappeplaats is het August Horch Museum in deze voormalige Oost-Duitse stad. Nadat we de koffers in onze kamer achterlaten trekken we meteen de wandelschoenen aan en na een klein kwartiertje lopen arriveren we bij het museum. Tijdens ons bezoek maken we kennis met meerdere deelnemers aan de TTC. Want alle Nederlandssprekende bezoekers blijken TTC-deelnemers te zijn. Het bezoek aan het museum is trouwens, ook al ben je een rasechte Volvo-liefhebber, zeer interessant. In deze voormalige Audi-fabriek begon August Horch in 1910 na onenigheid met zijn voormalige compagnons zijn eigen bedrijf. De naam Horch bleef echter voorbehouden aan zijn oude compagnons. Zodoende vetaalt hij zijn eigen naam in het Latijn en zo ontstaat de merknaam Audi. In 1932 besluiten de concurrenten de handen ineen te slaan. De merken Audi, Horch, Wanderer en DKW worden samengevoegd en zo ontstaat Auto Union. De 4 ringen, die staan voor de vier merknamen, vormen vanaf die tijd het nieuwe beeldmerk van de nieuwe onderneming. Vandaag de dag wordt dit logo, zoals u wellicht weet, nog steeds gebruikt door Audi. In het museum zijn alle vier de merken ruim vertegenwoordigd, maar ook de legendarische Trabbant is hier in verschillende gedaantes te bewonderen. De Trabbant die hier in gigantische aantallen geproduceerd is heeft zelfs onze eigen 200-serie verslagen voor wat productieaantal betreft: 3.096.099 stuks in 33 jaar. Na ons bezoek lopen we nog even door naar het ruim 2 kilometer verder gelegen centrum van Zwickau. De temperatuur is ondertussen al aardig opgelopen en we nemen dan ook een verkoeling op een van de vele terrassen die gelegen zijn aan de Hauptmarkt. Aan het eind van de middag wandelen we terug naar ons hotel en na een verfrissende douche maken we ons klaar voor het welkomstdiner. Voor aanvang van het diner worden we welkom geheten door Theo Hoekstra van de Stichting Klassieke Automobiel Reizen, kort weg KAR genaamd. Bovendien worden we voorgesteld aan Martin Rooseboom, de man die verantwoordelijk is voor de routeplanning. Theo deelt ons mede dat iedereen veilig vanuit Nederland is aangekomen. Er was slechts een auto met wat technische problemen en dat was, je gelooft het of niet, de nieuwe V70 van het technisch team. U begrijpt dat er hartelijk gelachen moest worden bij deze mededeling. Maar Theo kon ons geruststellen, er was voor morgen al een afspraak gemaakt met de plaatselijke Volvo-dealer. Waarschijnlijk zou het probleem na wat nieuwe software opgelost moeten zijn. Dus niet gevreesd, de heren Hans van Buiten en Karel van de Greef zullen ons tijdens de reis met raad en daad bij kunnen staan. Tevens krijgen we de mededeling dat er nog 2 equipes ontbreken. Een van deze equipes is ook voorzitter Klaas Postma van de Stichting KAR. Door omstandigheden zijn zij helaas niet aanwezig tijdens de eerste dagen. Samen met zijn vrouw en het andere team zullen zij, volgens afspraak, in Krakau bij de rest aansluiten. Als laatste worden we voorgesteld aan Jan Bruins en Anita Velthuis. Dit duo van reisorganisatie Eurocult, specialist in Oost-Europese reizen en reizen naar Azië, hebben voor alle deelnemers de hotels en de excursies geregeld. Al gauw blijkt dat dit duo een rode 240 van de voorzitter in bruikleen heeft gekregen om de Tatra Trail mee te kunnen rijden. Als laatste wenst Theo ons nog een hele goede en veilige reis en natuurlijk smakelijk eten. Na het diner maken we nog een wandelingetje door het aangrenzende park. Ook hier treffen we wederom deelnemers die nog even een frisse neus willen halen voor het slapen gaan. Zo ook Francois Everaerts  en zijn vrouw José. Deze deelnemers hebben helaas hun P1800 thuis moeten laten wegens problemen met de overdrive. Dat is natuurlijk heel jammer, wetende dat Francois zijn troetelkindje had voorzien van speciaal voor deze reis gemaakte stickers voor op zijn felblauwe coupé. Maar gelukkig kunnen ze morgen wel van start in hun Volvo 850 Estate.

Dag 2 – 30 mei: Zwickau-Praag

Na een goede nachtrust genieten we van en zeer uitgebreid ontbijtbuffet. Blijkbaar horen we bij de vroege starters want het is nog vrij rustig in de ontbijtzaal. Het technisch team is al wel aan het smullen van de verse broodjes. Van een van de deelnemers krijgen ze te horen dat ze toch echt even moeten wachten met hun vertrek. Blijkbaar is ze bang dat de heren vertrekken voordat iedereen zijn klassieker heeft gestart. Maar geen nood even later staan de heren al gebogen onder de motorkap van een Katterug op het parkeerterrein. Altijd handig dus zo’n team ter ondersteuning. Even later starten ook wij onze 240 onder in de parkeergarage. Blijkbaar hebben al meerdere deelnemers het contactsleuteltje omgedraaid want de walm die onder in de garage hangt is te snijden. Valt ons nog mee dat het brandalarm niet is afgegaan. We drukken de dagteller op nul en zetten koers richting Praag. Het eerste gedeelte van de route voert ons hoofdzakelijk over de snelweg richting Dresden. De organisatie heeft besloten om de deelnemers de mogelijkheid te geven om ook deze stad te bezoeken. Indien niet gewenst, kan iedereen de route vervolgen richting Praag. Wij kiezen voor de laatste optie omdat wij liever in Tsjechië wat kleinere plaatsen willen bezoeken. Relaxed sturen we onze 240 langs de oevers van de Elbe en doorkruisen zo de uitlopers van het Ertsgebergte. Na enige tijd rijden we het sfeervolle marktplein van het stadje Litomerice  op. Hier parkeren we onze 240 en nadat we de eerste kronen uit de muur hebben getapt genieten we van koffie met gebak op een van de vele terrassen. De volgende bestemming op de route is het op een steenworp afstand gelegen Terezin. Deze oorspronkelijke garnizoensstad kreeg grote bekendheid als concentratiekamp Theresienstadt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het deed hoofdzakelijk dienst als doorgangskamp voor Joden die later naar Auschwitz of andere vernietigingskampen werden gestuurd. Wij besluiten geen bezoek te brengen aan het museum omdat Auschwitz later deze week op het programma staat. Wel brengen we een klein uurtje later een bezoek aan het op de heuvel gelegen wijnstadje Melnik. Kort voordat we arriveren zien we zowaar toch nog een deelnemer met een Katterug rijden, want even dachten wij dat we alleen deze route aan het rijden waren. Vanaf de heuvel hebben we en schitterend uitzicht over Midden-Bohemen en de monding van de Moldau die hier in de Elbe uitkomt. Na een wandeling door de pittoreske straatjes starten we voor de laatste keer de 240 om naar ons einddoel Praag te rijden. Nadat we de buitenwijken van Praag hebben doorkruist arriveren we bij het Clarion Congress Hotel Prague. Het hotel is ondergebracht in een gigantisch complex waarin zich ook een winkelcentrum en een metrostation bevinden. Nu hebben wij al veel hotels bezocht in het verleden, maar nog nooit een waar wij via een roltrap van tientallen meters naar de receptie worden gedirigeerd. Volgens de jongeman achter de balie kunnen we onze auto parkeren op parkeerdek -2. Nadat we weer zijn afgedaald via de roltrap parkeren we onze auto op dit parkeerdek. Kort nadat ik de contactsleutel uit het slot neem zie ik nog een grote roldeur met het opschrift HOTEL-PARKING. Blijkbaar weten de Tsjechen niet hoe ze Volvo moeten schrijven, zeg ik tegen Lucia, want een lichtbalk boven de roldeur geeft VOLNO aan. Doormiddel van het verkregen pasje openen wij de roldeur en parkeren we onze 240 veilig in dit deel van de gigantische parkeergarage. Blijkbaar zijn wij de enige, want de andere gearriveerde Volvo’s staan in het openbare gedeelte van de parkeergarage. Het is daarna even zoeken naar onze hotelkamer, maar na en tijdje wandelen en meerder liften genomen te hebben vinden we onze kamer in dit gigantische doolhof. Na een nachtje Zwickau is dit ons verblijf voor de komende 2 nachten, want morgen hebben we een rustdag en gaan we Praag bezoeken.

Richting Polen en Slowakije

Na Duitsland en Tsjechië zetten we in dit verslag koers richting Polen en Slowakije. Een kwart van de bijna 4000 kilometer lange rit zit er op en na de rustdag in Praag gaan we weer twee dagen toeren met onze Zweedse vriend. We brengen een bezoek aan concentratiekamp Auschwitz en op de tweede rustdag genieten we van de historische stad Krakau. Daarna loopt de route richting het Tatragebergte, de naam waar deze reis zijn naam aan ontleent. Via dit gebergte belanden we in het vierde land deze reis, Slowakije.

Dag 4: 1 juni Praag-Olomouc

Na een dagje rust in Praag, nou ja…..wat je rust kunt noemen is het weer tijd om onze 240 te gaan bevrijden vanuit zijn beveiligde garage. Ondertussen zijn we ook weer wat wijzer geworden voor wat betreft de Tsjechische taal. Het woord VOLNO boven de ingang van de parkeergarage blijkt gewoon Tsjechisch te zijn voor VRIJ, met dank aan de vrouwelijke gids die ons door Praag heeft geloodst. En wij maar denken dat die Tsjechen geen VOLVO kunnen schrijven. Maar voordat we vertrekken moet er eerst nog ontbeten worden. Evenals gisteren is het in de gigantische ontbijtzaal ter grootte van een voetbalveld een heksenketel van jewelste. Als ze een wedstrijd uit zouden schrijven: hoe krijg ik zoveel mogelijk nationaliteiten in één ruimte, is dit hotel vast en zeker de winnaar. Maar het ontbijt smaakt uitstekend en dat maakt veel goed. Na ons ontbijt trekken we verder Tsjechië in. Hoe verder we onze 240 richting de grens met Polen sturen hoe fraaier het landschap wordt. Dat kunnen we van het weer niet zeggen, want na een aantal hoogzomerse dagen is de lucht grauw en betrokken. Het schitterende plaatsje Nove Mesto verwelkomt ons zelfs met een donderklap. Toch pakken we ook hier een terrasje onder de mooie arcades die het oude plein rijk is in gezelschap van twee andere equipes. Want reden we eergisteren nagenoeg alleen, vandaag zijn de VOLVO’s in alle types ruim vertegenwoordigd. Zo ook als we even later de weg vervolgen door het Adelaarsgbergte. Dit gebergte op de grens van Tsjechië en Polen nemen we in gezelschap van vier andere klassiekers. Het is wel opletten geblazen want de weg ligt er hier niet echt strak bij, maar met wat stuurmanskunst omzeilen we de grootste gaten. Ondertussen is het miezerende weer overgaan in echte regen en in het plaatsje Zamberk valt de regen zelfs met bakken uit de lucht. Maar na regen komt zonneschijn en dat geldt ook voor Tsjechië. De laatste kilometers voor Olomouc krijgen wij gezelschap van een Lancia Kappa met aan het stuur een zeer vrolijk kijkende Tsjech. Nadat wij elkaar om beurten hebben ingehaald krijg ik van hem het sein; perfect, schitterend, uitstekend. Tenminste ik neem aan dat de duim omhoog ook in Tsjechië positief bedoeld is. Als hij zijn Kappa-neus nagenoeg tegen mijn achterbumper zet bij het verkeerslicht, zwaait zijn deur open en vraagt in zijn beste Duits of ik bij een volgende gelegenheid even wil stoppen omdat hij wat meer wil weten over de Tatra Trail Classic. Lucia en ik kijken elkaar aan en stemmen beide in en even later gaan we in de buitenwijken van Olomouc de conversatie aan. De man is zeer geïnteresseerd en wil alles weten over het wel en wee van deze reis. Aan het eind van ons gesprek geven we hem het advies om gewoon Tatra Trail Classic in te toetsen op de google-site. Met een vriendelijk gebaar van de man nemen we afscheid en vervolgen we onze reis. Na enkele kilometers rijden we het parkeerterrein op van Hotel Flora. De betonkolos blijkt van binnen een fraai gerenoveerd hotel en onze kamer op de zevende verdieping is inclusief schitterend uitzicht op de oude stad. Die avond genieten we voor de tweede keer deze reis van het gezamenlijke diner in het restaurant. Na afloop kletsen we nog wat bij onder het genot van een drankje en slapen die nacht als een Tsjechische roos.

Dag 5: 2 juni Olomouc-Krakau

Na het ontbijtbuffet zijn we weer helemaal klaar voor de reis naar Krakau. Nadat we nog een rondje door het oude centrum van Olomouc hebben gereden pakken we de route weer op en zetten koers richting de Poolse grens. Echt vrolijk kunnen we niet worden van het landschap, maar dat heeft misschien ook te maken met het donkere, troosteloze weer. Rondom de stad Ostrava, het centrum van een groot industriegebied, wordt het nog een graadje erger. Van natuurschoon is hier totaal geen sprake en we krijgen nu al heimwee naar de routes van de vorige dagen. Maar dat het nog triester kan, bewijst het centrum van de grensstad Cesky Tesin. De route voert ons dwars door deze troosteloze stad. De kleuren grijs, lichtgrijs en donkergrijs moeten vast en zeker hier zijn uitgevonden, dat kan niet anders. Gelukkig dat het Shell-station in het centrum nog wat kleur brengt in deze duistere stad. Hier gooien we onze tank vol met de laatste Tsjechische kronen en drinken nog een kop koffie uit de automaat. Maar eenmaal over de grens lijken we weer in een ‘westerse’ wereld  te komen. Nadat we kort na de grens per abuis van de route afwijken rijden we over een slingerend weggetje waar aan beide zijde fraaie bungalows als paddestoelen de grond uitschieten. Ook het wagenpark is er net even wat moderner dan over de grens aan Tsjechische kant. Reed daar nog menig automobilist in een oude Skoda of Lada, hier doen de verkopers van o.a. Volkswagen en BMW goede zaken. Blijkbaar vloeit het geld wat de Poolse werknemer in Nederland verdient weer gewoon terug naar hun vaderland. Na een klein kwartiertje pakken we de route weer op en zetten koers richting Auschwitz. Bij  aankomst is het even schrikken, want deze gedenkwaardige plek doet ons in eerste instantie denken aan een toeristenkermis. Aan beide zijde van de straat, waaraan de ingang van het concentratiekamp ligt, staan meerdere  personen te zwaaien en te wijzen met de bedoeling auto’s te lokken naar hun parkeerterrein. Deze taferelen had ik wel bij een attractiepark verwacht, maar zeker niet op deze plek. Maar goed, we parkeren onze 240 op een van de overvolle terreinen en wandelen rustig naar de ingang. We vangen ons bezoek aan met een filmvoorstelling over de geschiedenis van Auschwitz. Tijdens de voorstelling is het muisstil en met grote verbijstering zien we de gruwelbeelden op het witte doek. Even later lopen we door de toegangspoort het kamp binnen. Boven de ingang hangt nu nog steeds de spreuk ‘arbeit macht frei’, wat aan de buitenkant de indruk moest wekken van een werkkamp. In werkelijkheid hadden de nazi’s heel andere plannen met de grotendeels Joden die hier om het leven kwamen. Met verstokte adem lopen we door het kamp en bezoeken o.a. de gaskamers, ruimtes waar experimenten werden uitgevoerd en het crematorium. Bovendien nemen we een kijkje in het Nederlands paviljoen waar een tentoonstelling is ingericht over de vervolging en deportatie van Joden in Nederland. Hier bevindt zich ook een wand met alle namen van de 57.000 Joden uit Nederland die hier en in andere kampen het leven lieten. Het is slechts een klein percentage van de in totaal 1,1 miljoen grotendeels Joden die hier aan hun einde kwamen. Na dit indrukwekkende bezoek wordt het weer hoog tijd om onze route richting Krakau te gaan vervolgen. De grijze lucht van vandaag heeft ondertussen plaatsgemaakt voor blauwe lucht en vriendelijke wolkjes. We rijden door een glooiend landschap naar ons einddoel, het Crown Piast Hotel. Bij aankomst deze keer helaas geen mooie parkeergarage voor ons maatje. Ondanks het 5-sterrenhotel moet hij genoegen nemen met een plaatsje tussen het onkruid ergens op het hotelterrein. De deelnemers aan een conferentie in het hotel hebben helaas alle mooie parkeerplekjes ingepalmd. Ondanks het 0-sterren parkeerterrein is onze kamer wel 5-sterren waardig. Evenals in Praag is ook dit hotel onze ‘thuisbasis’ voor twee nachten. Ondertussen is ook voorzitter Klaas Postma van de organisatie gearriveerd. Samen met zijn vrouw gaan ze vanaf Krakau gezellig de reis met ons voortzetten. En dat doen ze met een…..240 Estate. Jawel, hun Amazone hebben ze wegens een technisch mankement thuis moeten laten. Morgen dus een rustdag en gaan we Krakau verkennen.

Dag 7: 4 juni Krakau-Zakopane

Na een dagje 240-loos zijn we er weer helemaal klaar voor. Onze Zweed staat weer te popelen om ons richting het Tatragebergte te brengen. Het eerste gedeelte van de route gaat eigenlijk via de ringweg ten noorden en westen van Krakau. Omdat we naar het zuiden moeten besluiten wij om de bocht af te snijden en door het centrum van Krakau te rijden. Ten zuiden van de stad pakken we de route weer op en voegen ons tussen enkele VOLVO’s die wel het rondje hebben gemaakt. Enkele minuten later rijden we Wieliczka binnen waar zich de wereldberoemde zoutmijnen bevinden. Veel deelnemers aan de TTC zoeken hier een parkeerplaatsje om de mijn te bezoeken. Van horen zeggen zit je hier vrij lang onder de grond en wij hebben meer behoefte aan frisse lucht op deze prachtige dag. Vandaar dat wij onze 240 verder het fraaie landschap insturen ten zuiden van Krakau. Gezeten in onze heerlijke fauteuils (een 240 heeft geen stoelen) toeren we rustig over gele weggetjes met een groen lijntje. Niet dat de wegen hier zo gekleurd zijn, maar onze Falk landkaart geeft  de route wel zo weer. Zo nu en dan doorkruisen we een Pools dorpje met vaak opvallende kerken. Dat kunnen zeer moderne trendy kerken zijn, maar ook kerken die geheel uit hout zijn opgetrokken. Zoals ook het kerkje van Debno dat samen met 5 andere kerken in zuidelijk Klein-Polen op de Werelderfgoedlijst staat. Nadat we Nowy Targ zijn gepasseerd krijgen we een regenbui op ons dak. Het is gelukkig van korte duur en als we even later Chocholow met zijn schitterende traditionele houten huizen passeren kunnen de ruitenwissers weer in de ruststand. Het is dan nog slechts 20 kilometer naar het Hotel Belvedere. De laatste kilometer naar ons overnachtingsadres voert ons over zeer smalle weggetjes, met dank aan onze TomTom. We hebben ook nog de pech dat er aan de weg gewerkt wordt en met pijn en moeite sturen we onze bijna 5 meter lange vriend langs de obstakels naar het hotel. Even later arriveren we bij het schitterend gelegen hotel aan de rand van het wintersportdorp Zakopane. Als we ’s middags het centrum bezoeken blijken er niet alleen wintersporters af te komen op deze uniek gelegen plaats aan de voet van het Tatragebergte. We wanen ons in het Zuid-Limburgse Valkenburg maar dan een graadje erger. Wel vinden we hier een scala aan vele traditionele houten huizen met veel houtsnijwerk. Nadat we ’s avonds nog een hapje eten op een van de vele terrassen wandelen we weer rustig terug naar ons hotel. We snurken die nacht alsof we een heel bos aan het omzagen zijn, maar dat kan ook niet anders in zo’n frisse bosachtige omgeving.

Dag 8: 5 juni Zakopane-Koscice

Vandaag staat de ‘koninginnenrit’ op het programma. Na het Ertsgebergte en Adelaarsgebergte zijn we toe aan de echte bergen. We zijn vroeg uit de veren en ook hier smullen we weer van een fantastisch ontbijt. Als we de parkeergarage uitrijden kunnen meteen de zonnebrillen op, want het zonnetje is ook vandaag weer vroeg van de partij. De eerste kilometers verlopen voor de meeste equipes niet geheel vlekkeloos. Ook wij hebben moeite om de juiste route op te pakken. Nadat  we de eerste kilometers regelmatig andere VOLVO’s  met Nederlands kenteken tegemoet komen slaat de twijfel verder toe. Als we even later met meerdere deelnemers op een parkeerplaats discussiëren over de route komen we toch gezamenlijk tot de juiste conclusie; die kant op, wijzend naar het zuiden. En inderdaad even later rijden we richting de Slowaakse grens en hebben we de route weer te pakken. Hier is het echt genieten met schitterende vergezichten op de toppen van het Tatragebergte. In tegenstelling tot ander berggebieden doorkruisen we niet het gebergte maar rijden we langs de flanken van de reusachtige pieken. Eerst oostwaarts rijdend aan de noordzijde om bij Tatranska Kotlina af te buigen naar het westen en zo de zuidflanken van dit reusachtige gebergte te aanschouwen. De asfaltweg is hier mooi gladgestreken en dat hebben we de laatste dagen wel eens anders meegemaakt. Na een aantal uurtjes toeren gaan we op zoek naar een kop koffie. Equipe 25 heeft hetzelfde idee en even later strijken we samen neer op een terras in Liptovska Kokava. Na kronen en zloty’s kunnen hier de euro’s weer uit onze broekzak en voor slechts 60 eurocent genieten we van een heerlijke kop koffie. Na de koffiestop zetten we koers richting Liptovsky Hradok. Hier pakken we weg 18 en al slingerend langs de snelweg E 50 laten we het Tatragebergte achter ons. In het schitterende stadje Levoca maken we een rondwandeling en sluiten die af met een lunch op het terras van het plaatselijke hotel. Wat dat betreft had deze reis ook Terras Trail Classic kunnen heten, want het aantal terrassen is niet meer te tellen. Als we even later onze route vervolgen is het even schrikken. Dat we hier te maken hebben met een minder welvarend land wisten we natuurlijk, maar dat er hele groepen Roma-bevolking wonen in krotwoningen is onvoorstelbaar. Als we de  krottenwijken achter ons laten krijgen we in Spisske Podhradie  toch nog gezelschap van een bedelende Roma-moeder met haar kroost. We besluiten maar snel de contactsleutel om te draaien voordat de hele familie op ons af komt. We vervolgen onze weg door het schitterende landschap richting onze eindbestemming Kosice. Als we even later meerdere TTC-deelnemers tegemoet rijden met armen buiten boord die ronddraaiende bewegingen maken krijgen we een vermoeden dat er iets loos is. Maar we besluiten vrolijk verder te rijden net als meerder deelnemers die het sein negeren. Toch geef ik een aantal kilometers later een slinger aan het stuur omdat nog veel meer deelnemers claxonnerend  en zwaaiend ons tegemoet rijden. In tegenovergestelde richting vervolgen we onze weg en even verderop op een parkeerplaats krijgen we te horen dat de weg inderdaad versperd is wegens een sportevenement. De TomTom bewijst op zulke momenten goede diensten en al slingerend over binnendoorweggentjes komen we uiteindelijk aan bij het Doubletree by Hilton Hotel in Kosice. Helaas hebben we geen tijd om deze schitterende stad te bezoeken omdat er een gezamenlijk diner op het programma staat. Die avond besluiten we om het niet te laat te maken omdat de andere dag de langste etappe op het programma staat.

AVONTUURLIJKE STEDENTRIP MET VOLVO-KLASSIEKERS (DEEL 3)

Onze VOLVO 240 voelt zich nog steeds helemaal thuis tussen de echte VOLVO-oudjes tijdens deze reis. Hij heeft ons in deel 2 veilig en zonder problemen tot in Slowakije gebracht. Ondertussen hebben we er 2200 kilometer opzitten en dat betekent dat we ruim over de helft zijn van deze schitterende reis door Oost-Europa. In deze laatste aflevering reizen we door naar Hongarije en Oostenrijk om daarna via Duitsland weer huiswaarts te keren naar ons vaderland Nederland. Maar we gaan niet alleen kilometers maken, ook bezoeken we deze tweede week de steden Budapest en Wenen. 

Dag 9 – 6 juni: Kosice-Budapest

Vandaag de langste etappe van de Tatra Trail Classic. Na het ontbijt schuiven we voor de zoveelste keer onze koffers in de ruim bemeten kofferbak van onze 240 Estate en zetten koers richting de Hongaarse grens. Eerst moeten we nog menig hobbeltje en kuiltje nemen voordat we de stad uit zijn, maar al gauw wordt het asfalt strakker en zoeven we naar de grensovergang in Tornyosnemeti. We verlaten weer de eurozone en dat betekent geld wisselen. We sluiten achteraan in de rij want blijkbaar zijn wij niet de enige die onze euro’s willen verruilen voor Hongaarse forinten. Bovendien moeten we ook hier weer een vignet aanschaffen om boeteloos over de snelwegen te kunnen rijden. Maar na een klein half uurtje kunnen we de route weer vervolgen. Vlak na de grens verlaten we de doorgaande route en rijden we via slingerweggetjes door een zeer fraai en lieflijk landschap. Zo nu en dan doorkruisen we kleine dorpjes waar de ooievaars zich helemaal thuis voelen. Vele van de talrijke elektriciteitsmasten langs de route zijn namelijk uitgerust met ooievaarsnesten. Als de ooievaarspopulatie hier een afspiegeling is van de geboortecijfers is dit waarschijnlijk over enkele jaren de drukst bevolkte regio van Hongarije. Maar nu heerst er nog volop rust. Zeker als we een tijdje later even door het wijnstadje Tokaj slenteren. Dit stadje op slechts 65 kilometer afstand van de Oekraïense grens is het centrum van een populair wijngebied. De verleiding om op een terras een koel wit wijntje te nuttigen is groot, maar we houden het toch maar op een overheerlijke kop cappuccino. Daarna zetten we koers richting het zuiden, waar de zon nog steeds hoog aan de hemel prijkt. Al gauw komen we weer tot stilstand want we gaan een boottochtje maken. We sluiten achteraan in de rij en wachten met meerdere equipes op het pontje wat ons over de rivier de Tisza moet zetten. Na de overtocht vervolgen we de route door het vlakke Hongaarse landschap richting de uitgestrekte poesta’s. Maar voordat we het Nationaal Park Hortobágy bereiken moet onze 240 eerst nog het nodige trotseren. Als een waggelende eend stuur ik onze trouwe vriend over de ‘highway’ van Hongarije. Er is heel wat stuurmanskunst voor nodig om de gaten in het asfalt te ontwijken. Nou ja….asfalt? De snelheidslimiet van 20 km p/u, zoals de borden langs de weg aangeven, is nog hoog gegrepen. Maar uiteindelijk bereiken we wegnummer 33 en vervolgen we de route in westelijke richting over strak asfalt door het Hortobágy Nationaal Park. Dit park staat sinds 1999 op de werelderfgoedlijst en behoort tot de grootste poesta’s van Europa. In het dorpje Hortobágy, gelegen tussen het uitgestrekte steppelandschap, ontmoeten we meerdere equipes en onder het genot van een flesje fris nemen we de afgelegde route nog eens door. Want genoeg drinken is deze dag erg belangrijk. Zonder airco en met temperaturen van wel 35 graden gaan er aardig wat litertjes door onze kelen. Maar de tussenstop is van korte duur want Budapest is nog ver. We vervolgen de route en steken even later het op een na grootste meer van Hongarije over; het Tiszameer. In tegenstelling tot het grootse meer van Hongarije, het Balatonmeer, is dit nog niet ingenomen door het massatoerisme. In dit beschermd natuurgebied hebben de vogels, vissen en het vele wild nog alle ruimte. Na een klein half uurtje toeren bereiken we de stad Eger. Het is de poort naar een klein gebergte in het noorden van het land; het Matragebergte. Het is een van de meest geliefde vakantieoorden van Hongarije. Als we dit gebied doorkruisen pakken zware wolken zich samen en het fraaie zonnige weer maakt plaats voor donker en regenachtig weer. Zeker bij het passeren van de hoogste berg van Hongarije, de Kekesteto (1014 meter), is het een troosteloze bedoeling. Ondertussen zijn we wel verzeild geraakt in een colonne met andere klassiekers en dat maakt het toeren over de bochtige weggetjes weer des te leuker. Maar de tijd begint te dringen want het is al laat in de middag. Dat hebben de organisatoren geweten, want de laatste 70 kilometer voert ons over de snelweg naar Budapest. Met een vaartje van 130 k/u bereiken we snel Hotel Mercure Korona in het drukke centrum van de Hongaarse hoofdstad. Ons maatje parkeren we weer veilig in de garage en wij moeten genoegen nemen met een, ons inziens, niet 4-sterren waardige hotelkamer. Dat is dus even wennen na de zeer fraaie hotelkamers van de afgelopen dagen. Morgen een rustdag en gaan we deze bruisende drukke stad verkennen.

Dag 11 – 8 juni: Budapest-Wenen

We zijn weer vroeg uit de veren en verlaten snel het broeierige centrum van Budapest. Want na een dag ‘summer in the city’ hebben we weer genoeg uitlaatgassen opgesnoven. Maar voordat we het drukke centrum verlaten zijn we al gauw een half uur verder. Als we de stad achter ons laten komen we in een niet al te fraai landschap terecht. Bovendien wordt de lucht grijzer en grijzer en als de kleur grijs ook nog omslaat in zwart valt de regen met bakken uit de lucht. Met de ruitenwissers in de snelste stand nemen we de brug over de Donau. Hier in het drukke Komárno rijden we voor de tweede keer deze reis Slowakije binnen. Even lijkt het erop dat wegnummer 63 een rivier is geworden, maar door de watermassa heen ontwaren we toch nog wat witte strepen op het wegdek. Als we de stad ‘uitvaren’ klaart het gelukkig wat op en zetten we koers richting Bratislava. Maar voordat we daar zijn heeft de organisatie nog een verassing voor ons in petto. Als het routeboek ‘sla linksaf naar onbekende weg’ aangeeft raken we het spoor bijster. Na ons idee zijn er teveel ‘onbekende wegen’ naar links en steeds sturen we onze 240  wegen in die veranderen in zandpaden. Dat kan volgens ons niet de bedoeling zijn en aangezien we geen XC240 hebben keren we maar terug naar de secundaire weg. Op die momenten is onze TomTom een onmisbaar accessoire. Het even verderop gelegen gehucht wordt ingetoetst en een tiental minuten later staan we in Trávnik. Hier pakken we de route weer op en zetten koers richting Bratislava. Het landschap hier is niet echt om over naar huis te schrijven en we kunnen gerust stellen dat deze etappe de minst mooie is tot nu toe. De hoofdstad van Slowakije kan daar ook nog niet veel verandering in brengen en we trappen het gaspedaal nog maar even iets verder in om de troosteloosheid snel achter ons te laten. Als we even later de grens van Oostenrijk passeren komt de grote omslag. De donkere grauwe lucht maakt plaats voor helder en zonnig weer en het landschap wordt weer wat vriendelijker. Alleen de gigantische aantallen windmolens zijn een storend element in het landschap. Maar als we de Neusiedler See naderen nemen de aantallen gestaag af. Het zonnetje wat door onze ramen prikt nodigt weer uit voor een terrasbezoek. Even later nemen we dan ook plaats op een terras met schitterend uitzicht over de Neusiedler See. Maar lang kan het bezoek niet duren want Wenen wacht op ons. Al slingerend door het Leithagebirge doorkruisen we sfeervolle wijndorpjes. In dit deel van Oostenrijk, tegen de Slowaakse en Hongaarse grens, vinden we de bekendste wijngaarden van het land. We laten het fraaie heuvelachtige land achter ons en zette koers naar ons einddoel. Via wegnummer 15 rijden we de Oostenrijkse hoofdstad binnen. Het is weer even wennen aan het drukke verkeer. Waarschijnlijk was het hier een stuk rustiger in de tijd dat Johan Strauss zijn meesterwerken componeerde. Na een tijdje bereiken we dan toch Hotel Mercure Westbahnhof. Ook hier weer een fraaie ondergrondse parkeergarage voor onze Zweedse vriend.  Alleen vraagt het wel enige stuurmanskunst om zonder schade de kelder in te ‘duiken’. Blijkbaar is de ontwerper er vanuit gegaan dat alle moderne auto’s automatisch inklapbare buitenspiegels hebben en niet groter zijn dan een Volvootje 340. Maar na wat passen en meten lukt het toch om onze lange 18-jarige Zweed na zijn rustplaats te sturen. Hier mag hij weer twee dagen overnachten omdat zijn baasjes morgen Wenen gaan verkennen. Als we de hotelkamer betreden trekt de lucht dicht en even later breekt buiten de hel los. Het fraaie weer heeft plaatsgemaakt voor bakken regen en veel wind. De windmolens, waar we eerder die dag langs reden, kunnen weer de nodige kilowattuur bijschrijven op hun teller. We zien de laatste deelnemers door ons hotelraam binnendruppelen en deze omschrijving kunt u gerust letterlijk nemen. Na een frisse douche is het tijd voor de Wiener Schnitzel en samen met equipe 4 smullen we in het restaurant van dit overbekende vleesgerecht uit de Weense hoofdstad. Na het avondeten wandelen we nog even door de druilerige straten rondom het hotel. Hopelijk is het morgen tijdens de rustdag wat beter weer om Wenen te ontdekken, want bij de wals ‘An der schönen blauen Donau’ denk ik toch niet meteen aan donker en regenachtig weer.

Dag 13 – 10 juni: Wenen-Tittling

Na de rustdag in Wenen kunnen we ons op gaan maken voor de laatste gezamenlijke etappe met de andere deelnemers. Na een fraaie droge dag met veel zon vallen ook vandaag de eerste zonnestralen weer vroeg door het hotelraam. Na het ontbijt gaan we onze vriend weer proberen veilig buiten te krijgen. De uitrit van de garage is tevens inrit en als het sein op groen staat stuur ik onze Classic steil omhoog door het smalle poortje. Het prachtige geluid van de B230FD motor galmt door de parkeergarage en Strauss zou jaloers kunnen zijn op deze 240e Symfonie van Frank. Eenmaal buiten kan de zonnebril weer op en langs het gigantisch spoorweg emplacement van treinstation Westbahnhof rijden we op ons gemak de schitterende stad uit. Al gauw zitten we weer tussen de groene heuvels en hier voelt onze 240 zich helemaal thuis. Groene lijntjes op de landkaart langs de wegen, dat heeft hij het liefst. Nadat er ongeveer 80 kilometer asfalt onder ons door gegleden is naderen we de Abdij van Melk. De route komt er vlak langs dus maken we een klein ommetje om even dit barok bouwwerk gade te slaan. Wij zijn blijkbaar niet de enige, want op het parkeerterrein staan al meerdere Volvo’s zij aan zij. Na een kleine wandeling hebben we een schitterend uitzicht op de tussen de heuvels gelegen abdij. In de felle zon is het in geel en wit opgetrokken bouwwerk een opvallende verschijning. De tijd ontbreekt ons om een bezoek te brengen aan deze abdij met zijn vele historische kunstschatten. Een wandeling door de bijgebouwen met zijn vele foto’s geven wel een aardige indruk van dit fraaie complex. Dat vonden de 280 experten van National Geographic Traveller Magazine blijkbaar ook en zij verkozen de Abdij van Melk tot meest authentieke bestemming ter wereld. Na een kop koffie met meerdere deelnemers op het zonnige terras wordt het weer tijd om de contactsleutel om te draaien. Via de oevers van de Donau rijden we richting Passau. Het is een fraaie route en zo nu en dan doorkruisen we dromerige dorpjes die tegen de hellingen lijken aangeplakt. Na een aantal uurtjes toeren bereiken we de historische stad Passau. Hier komen de rivieren Donau, Inn en Ilz tezamen. Deze schitterende stad wordt dan ook wel Dreiflussenstad genoemd. Tijd om de stad te bezoeken hebben we helaas niet omdat die avond het afscheidsdiner plaats vind, en dat willen we natuurlijk niet missen. Maar tijdens het doorkruisen van de stad krijgen we een goede indruk van deze stad aan de zuidkant van het Bayerischer Wald. Het is nu nog slechts een kleine 25 kilometer naar onze eindbestemming Tittling. Via een zeer fraaie route bereiken we aan het eind van de middag het beetje gedateerde hotel Dreiburgensee. De buitenzijde ziet er fraai uit maar van binnen gaan we terug naar de jaren zeventig. Vanwege het fraaie weer nemen de meeste deelnemers plaats op het terras. Het is de ideale gelegenheid om de reis van de afgelopen twee weken nog eens gezellig samen door te nemen. Daarna maken we nog een kleine wandeling langs de oevers van de Rothauer See en na een verkoelende douche is het tijd voor het afscheidsdiner. Voorafgaand aan het diner spreekt Klaas Postma, de voorzitter van de stichting KAR, nog even de menigte toe. Hij doet in het kort nog even verslag van de afgelopen reis en deelt ons mede dat de organisatie in 2013 een volgende fraaie reis in petto heeft. Hij wenst alle deelnemers nog een goede en veilige thuisreis en hoopt ons graag nog eens terug te zien. Daarna is het smullen geblazen en na een goede nachtrust kunnen we ons opmaken voor de laatste officiële etappe van de Tatra Trail Classic.

Dag 14 – 11 juni: Tittling-Utrecht

Vandaag staat dus de route Tittling-Utrecht in het routeboek, maar de meeste deelnemers plannen hun eigen terugreis. De een zoeft in een ruk naar huis de ander plakt er nog een paar dagen aan vast. Wij volgen in ieder geval het eerste gedeelte van de route door het prachtige Bayerischer Wald om na 160 kilometer het gaspedaal wat verder in te trappen op de Duitse autobaan. Aan het eind van de middag bereiken we ons hotel in het stadje Boppard aan de Rijn. Het is weer even wennen zonder de andere deelnemers. Maar ja, aan alles komt een eind en we denken met volle tevredenheid terug aan een fantastische reis met een leuk gezelschap. Alles was door de organisatie perfect geregeld en onze VOLVO 240 heeft zonder technische problemen de reis doorstaan. Twee losgetrilde bouten van de passagiersstoel waren eigenlijk het enige mankement. Maar met wegen die er niet altijd overal even strak bij lagen is dat natuurlijk niet vreemd. Morgen dan de laatste etappe en dan zit de reis er echt op. Het was een genot om twee weken te toeren met onze Zweedse vriend. Een grote pluim voor ons maatje en natuurlijk ook voor de heren van de organisatie; Klaas, Martin en Theo bedankt!

Frank van Gurp